Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Ars Celare Artem - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Ars Celare Artem

Het noordelijk gedeelte van de hoofdwaterkering rond het Eiland van Dordrecht heet voor de hand liggend Noordendijk. De dijk begint aan de rand van het stadscentrum. De enige windmolen die Dordrecht nog heeft, torent er hoog bovenuit. Een groot deel van de negentiende-eeuwse bebouwing is verdwenen en werd vervangen door dubieuze nieuwbouw. Het schipperscafé De Vrijheid, helemaal aan het begin, is op het nippertje van de modernistische lelijkheid gered. Voorbij de molen ligt een verlaten kantoorgebouw van het elektriciteitsbedrijf. Veel grauw beton en vuil glas. Het soort pand waarin Amerikaanse pornofilms worden opgenomen.

Op de Noordendijk ligt een indrukwekkend kunstwerk, dat in het voorjaar van 1995 is gemaakt door Ton van Dalen. Tussen rijweg en trottoir loopt een betonnen rand, die bij extreem hoge waterstanden de vloed moet keren. In die rand heeft Van Dalen vierenvijftig gaten geboord waarin buurtbewoners een voorwerp hebben gestopt dat hun dierbaar was. De gaten zijn afgesloten met gietijzeren dekseltjes, waarop de spreuk Ars Celare Artem staat, vervlochten met het silhouet van de rivierkruising ten noorden van het eiland (waar de Merwede, de Oude Maas en de Noord samenkomen: het drierivierenpunt). Door het maken van dit monument heeft Van Dalen de dijk tot leven gewekt, een hart gegeven. De vaak ontroerende verhalen die verbonden zijn aan de afgestane voorwerpen, zijn door Gert van Engelen opgetekend in een schitterend boek met de titel Putjes in de dijk. Van Dalen heeft de verhalen geïllustreerd met tekeningen van de verborgen voorwerpen.

De Noordendijk heeft ogenschijnlijk niets vertederends en toch mag ik er graag wandelen. Ooit kwam ik er vrijwel dagelijks. De vriend met wie ik m.o. geschiedenis studeerde, woonde er in een krot dat inmiddels tegen de vlakte ligt. Van zeven tot tien zaten we er achter de boeken, daarna schoven we op naar De Vrijheid. Daar liep het wel eens uit de hand. Mijn studiemaat leed nogal onder verlegenheid. Vrouwen durfde hij pas aan te spreken als hij dronken was. Als versierder was hij daardoor geen succes, maar soms verdween hij stilletjes met een weduwe in de overgang, die wel eens wat anders wilde dan haar rantsoen Tia Maria. Dan bleef hij een tijdje weg uit het café. Toen hij op een ochtend wakker werd naast een gespierde, lesbische beeldhouwster die nog lavelozer was geweest dan hij, besloot hij te verhuizen. Een paar jaar later was hij dood. Gesloopt door een ellendige vorm van kanker.

Altijd lijkt het te waaien op de Noordendijk. Plotselinge ruk- en valwinden sjorren aan mijn kleren. Onheilspellend loeien ze rond het elektriciteitskantoor en de oude molen, die op zijn fundamenten trilt. Een fietser zwoegt, de dijk vervloekend, voorbij. Ik loop op weg naar De Vrijheid langs de putjes van Ton van Dalen en denk aan nummer vijfenvijftig. Het putje van mijn eigen herinneringen, mijn Ars Celare Artem: verborgen kunst.

Kees Klok