Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Ik stond verkleumd te wachten - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Ik stond verkleumd te wachten


Zomaar een regenachtige zondagnacht in november. Ik stond verkleumd te wachten. Enkele vrouwen kwamen uit een restaurant, en liepen hard pratend over straat. In het voorbijgaan schrokken ze van mij, waar ze direct hard om moesten lachen. Ze groetten me en vroegen wat ik hier nog zo laat deed. Ik reageerde niet, bleef stug voor me uit kijken. Ze liepen verder, hun stemmen galmden nog lang na in de donkere straat. Even later zag ik een donkere schim aan de overkant van de straat sluipen. Hij had lang haar, leek uit een andere tijd te komen. Zocht hij iets? Hij keek schichtig om zich heen, op zijn hoede. Hij kwam op me aflopen. Hij keek mij aan, wat moest hij van mij? Ik verroerde me niet, ik zou me niet van mijn stuk laten brengen. Plotseling kreeg ik een ongenadige koppijn. Ik voelde me wegzakken??

Ik kwam bij door luid geschreeuw. Een groep gewapende mannen stond om mij heen, klaar om van boord te gaan en de bezetters van de Toltoren via de oever te bestormen. Mijn andere schepen bestookten het leger van de Bisschop vanaf de rivier zelf, en leidden zo de aandacht van ons af. We hadden makkelijker en dichter tot de toren kunnen oprukken dan ik verwacht had. Niet alleen was er minder weerstand, ook de oostenwind was gunstig. Maar nu werd er hevig strijd geleverd. Ik zag hoe een van mijn schepen slagzij maakte en zonk. De mannen die in het water terechtkwamen, werden vanaf de wal met pijlen en speren bestookt. Ploeterend en bloedend bereikten ze de wal waar ze, dood of uitgeput, in het riet bleven liggen. Zelfs daar werden ze nog beschoten. Ik zag ook hoe, ondanks mijn verbod daarop, vanaf twee andere schepen salvo's brandende pijlen op de toren geschoten werden. Ik wilde proberen te voorkomen dat het leger van de Bisschop, zodra ze dachten geen stand meer te kunnen houden, de Toltoren zouden vernielen. Het liefst wilde ik de Toltoren héél in handen krijgen, zodat ik weer zo snel mogelijk tol kon heffen op de Thure.

Mijn schip boorde zich zo'n 30 meter van de toren in het riet. Ik gaf opdracht het riet in brand te steken. Mochten soldaten van de Bisschop zich daar schuilhouden, dan zouden ze zich al snel laten zien. Door de rook heen zag ik schimmen in oostelijke richting verdwijnen. Een groep mannen rende er achteraan, maar ik wist dat overzicht houden nu van levensbelang was. Ik riep ze terug, we moesten ons concentreren op de toren. Het vuur en de rook trokken richting toren. Ik gaf opdracht het vuur te blussen. Dat was vrij snel gebeurd. Het riet gloeide nog wel, maar de rook trok al op. Ik rende met mijn mannen richting toren. Het werd steeds warmer. De ladders werden tegen de muur gezet en we bestormden de toren. Ik verwachtte ook hier heftige tegenstand, maar dat viel mee.

Boven aangekomen troffen we de uitgeputte vijand, voor het merendeel zwaargewond. Ze hadden zich dapper geweerd, maar helaas de verkeerde partij gekozen. Snel liet ik de vlag rijzen, zodat we niet vanaf onze eigen schepen beschoten zouden worden. Na een kort gevecht hadden we uiteindelijk controle over de hele toren. Mijn schepen hadden intussen aangelegd. We brachten de gevangenen aan boord. Snel formeerde ik een legertje om de boerderijen en vissershutten te doorzoeken op eventueel aanwezige vijanden. Achterblijvers zouden op de gevangenen en schepen letten, onze gewonden verzorgen en kleine brandjes in de toren blussen. Ik beloofde de mannen een feestavond om de overwinning te vieren, zodra we terugwaren van onze verkenning door het gehucht.

Behoedzaam slopen we richting kapelletje. Alles leek rustig. Een deel ging alvast naar de kapel, met de anderen doorzocht ik de huizen. Ik vroeg me af waar de boeren en vissers waren. Zij konden mij vertellen waar de bezettingsmacht van de toren heen was. Na wat hutten doorzocht te hebben kwam ik tot de conclusie dat de bewoners hals over kop gevlucht moesten zijn. In een van de hutten lag het eten nog in de kookpot, al was het wel helemaal verbrand. Toen ik weer buiten stond, werd mijn aandacht getrokken door een blaffende hond. Ik zag plotseling iets blinken, vertrouwde het niet en dook weg. Een regen van pijlen kwam op ons terecht. "Verspreiden, verspreiden!" riep ik. Snel doken mijn soldaten de hutten in en begonnen direct onze belagers te beschieten. In de verte, bij de kapel, was er een treffen tussen mijn vooruitgeschoven troepen en de vijand. Ik had bijna een hut bereikt en zag al versterking aankomen.

Met een harde klap sloeg een pijl in mijn been. Ik voelde een vreemde tinteling en probeerde de pijl uit de wond te trekken. Het lukte niet. Ik werd misselijk en begon over te geven. Mijn maaginhoud mengde zich met het bloed dat uit mijn been stroomde. Ik voelde hoe ik weggesleept werd. "Leg me in een schip, we moeten vluchten", steunde ik. "Nee Graaf, het is al goed, we hebben de Toren in handen en de vijand verslagen. De Thure behoort weer aan u!" Langzaam vervaagde het gezicht van de man. Mijn hoofd bonkte ongenadig hard. Alles leek steeds langzamer te gaan, ook de stemmen rond mij vervaagden. "Gaat u maar slapen heer, dat is het beste. Wanneer u ontwaakt, zal heel het dorp, heel het Graafschap, weten dat u gewonnen hebt, en weer terug bent." Dit waren de laatste woorden die ik hoorde. Ze klonken mij als muziek in de oren. Langzaam merkte ik dat ik niets meer kon bewegen. Ik kreeg het steeds kouder. Ik staarde voor me uit, maar zag niets. Alleen de schim bleef even bij me, tot die ook in de nacht verdwenen was...

Nieky Klaus