Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Republiek in brons - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Republiek in brons


De nacht van de sprekende beelden

Wanneer er duisternis over de Dordtse binnenstad valt, wordt het stil op straat. Slechts hier en daar roeren zich schimmige figuren en klinkt er gefluister in de nacht. Ditmaal waren het de gebroeders De Witt. Hun stemmen klonken luider dan gewoonlijk. Het is immers 330 jaar geleden dat hun het zwijgen werd opgelegd. De aanleiding van hun conversatie, die overigens alleen door gewillige oren kan worden gehoord, is een koninklijke gruwel. Uitgerekend dit jaar moesten zij getuigen zijn van een Oranjehuwelijk. Zij, republikeinen in hun uitgerukte harten en verbronsde nieren. O, welk een vernedering. Was hun dood dan vergeefs?

"Den kroonprins is dit jaer getrouwd", sprak Johan, schuin omhoog kijkend naar zijn jongere broer, "ende het gepeupel stond langs den wegen te juichen. Er is nog immer niets veranderd!"

Cornelis keek naar beneden en antwoordde: "Ja, maer niet het gehelen volk was blijde. Den onzen roeren zich." Hij rechtte zijn bronzen rug en draaide naar rechts. Toen keek hij naar de vergulde, maar verbleekte woorden van Joost van den Vondel. "Zeg Johan, ick hadde je dit al eenige eeuwen her willen vragen. Kijck, ginds staet geschreven dat gij storf voor het vaderland. Dat gij ene martelaer der Staet zijt."

Johan knikte, kwam moeizaam overeind en strekte zijn rug. "Ja Cornelis, dat benne ick. Een martelaer den Staeten Hollandt."

Ook Cornelis kwam van zijn voetstuk af. "Maer myne vraeg ware, is jouwe doet den moeite waerd? Ware den Republiek waerd vermoord te worden? Om ten schouwe, uitgebeend, naeckt, ontleed, vernederd, ende ten schande gemaeckt, opgehangen te worden? Hij balde zijn bronzen vuisten en keek zijn broer met groen vlammende ogen aan. "Want zoo hingen wy voor het gepeupel dat liever ene prince heeft dan ene Republiek."

"Ja broertje, het was het waert", antwoordde Johan. Den roep om ene republiek wordt nog immer gehoord, ende klinckt met den dag luider. Gelove my, wy zullen noch beleven dat den Nederlanden bestuurd worden door ene president. Hij keek zijn jongere broer aan en even leek het alsof er een witte traan langs zijn groene gelaat vloeide. "Toch is my swaer ten moede, daer wy den ene Oranjetelg na den andere voorbyde zien komen. O, goede goden zy getreurd. Nog immer ril ik by den gedachte aen hun bezoek onzen stadt."

Cornelis haalde zijn machtige bronzen schouders op. "Ja, ick ook. Maer zy hebben ons niet uitgelachen. En laten wy nimmer vergeten dat het den Oranjes waren die ons hebben onthuld." Hij draaide naar links en wees naar het vergulde opschrift. 'Den tyt heeft nooit wechgenomen den naem en 't overschot der vromen. Want nadat zy zyn overleen, zo blinkt hun deugt voor ieder een.' "Ziet ge wel", ging hij verder, "onze deugt voor ieder een. Zy zyn ons nog niet vergeten Johan. En broeder, weet ook dat den nazaten onzer volgelingen ene biografie over ons gaen Republiek der Nederlanden schrijven."

Deze woorden leken Johan te troosten. "Dan krygt Joost toch gelijk. Den tyt zal ons nimmer weghnemen."

Johan keek omhoog: "Broeder, het daegt in het Oosten. Wij moeten onze plaetsen weer innemen. Trouwens, wilt gij nu zitten? Zal ick eenige jaeren staen?"

Cornelis schudde zijn hoofd en nam zijn plaats op het voetstuk in. "Neen, broeder. Ick blijve staen. Ene andere eeuw misschien."

Ook Johan zette zich op zijn bronzen troon. Even leek hij ontspannen en gerustgesteld te zijn. Maar toen de zon haar magere stralen over de broers liet gaan, veranderde de uitdrukking op zijn gelaat. Want zie, wie goed kijkt ziet hem toch enigszins onderuit gezakt zitten. Zijn machtige bronzen kop in een treurig peinzen verzonken. De vloek van elke republikein, het koningshuis, regeert immers nog steeds. De beide broers weten het. Maar misschien, heel misschien vangt een oplettende wandelaar de komende jaren nog eens een gesprek tussen hen op. Wellicht zal die conversatie dan gaan over een president die regeert over de Republiek der Nederlanden. Hún Republiek, waarvoor zij ooit zo smartelijk zijn gestorven.

N. L. Monter