Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Het broekje van Gerritje - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Het broekje van Gerritje


Een van onze buren van vroeger was een kleine zelfstandige. Toepasselijk was zijn naam en zijn beroep. Schil heette hij en was schillenboer - toentertijd een eerzaam beroep - en zo toornde hij als 'schillenboer naast God' op de bok van zijn paard en wagen door de Dordtse wijken. Ma Schil runde een pakhuisje waar zij aanmaakhoutjes voor de kachel hakte en verkocht. 's Zomers, als de zon de aanmaakhouteconomie liet instorten, werd het pakhuisje omgetoverd in een uienkeet, waar moeder Schil en de buurvrouwen, door dagelijks uien te pellen voor de uienfabriek, het schamele huishoudgeld wat probeerden op te vijzelen. Het zij gezegd: de Schilletjes wentelden zich niet in weelde.

Het huishouden bestond buiten Pa en Ma Schil uit zeven kinderen, vijf meiden en twee jongens, plus Opoe, die het gezin met harde hand door de wereldse verlokkingen laveerde. Gerritje en zijn broer Janus scheelden qua leeftijd nog geen jaar, en het was in die armoedige tijd de goede gewoonte dat je als jongere de oude kleren van je broer of zuster moest afdragen. Gerritje dorst zich niet tegen Opoes terroristisch optreden te verzetten en werd rond de kerst naar alle Christelijke instellingen gestuurd, waar de armen met een kerstpakket werden verblijd. Ook de zussen Schil moesten hieraan geloven, zodat de Schilletjes met al die kerstpakketten een puik kerstfeest konden vieren. Alleen broer Janus ging niet: met hem was geen land te bezeilen.


Vlak voor de Kerst werd Gerritje door Opoe naar een spelletjesmiddag van een of andere Christelijke Jongemannen Vereniging gestuurd, omdat ze gehoord had dat ze daar niet karig waren met het uitdelen van goed bedoelde rotzooi. Mijn moeder was bij Opoe Schil op de koffie geweest en daar was, zonder mijn mening te horen, besloten dat ik met Gerritje mee moest naar die spelletjesmiddag, omdat ik met dat gehang op straat toch niks goeds leerde. Geen verkeerde gedachte van mijn moeder, maar ik heb nog steeds het gevoel dat ze het krijgen van een kerstpakket ook niet echt verkeerd vond. Geslacht was ik, maar ja, moeders wil was wet - voor Gerritje Opoes wil - zodat ik Gerritje ging ophalen om een middag door te brengen met allemaal brave jongens.

Aanbellen hoefde niet bij Gerritje, de deur stond altijd open. Er was trouwens geen bel. In die tijd waren de huizen nog voorzien van een koperen trekbel en deze had zijn graf gevonden bij de lorreboer, tijdens een der vele economische dieptepunten die de Schilletjes regelmatig teisterden. Binnen was het oorlog. Gerritje had een knetterende ruzie met Opoe, omdat hij weigerde naar de spelletjesmiddag te gaan. De reden was dat broer Janus de enige fatsoenlijke broek die Gerritje bezat had aangetrokken en de stad was ingegaan. Opoe, die het kerstpakket aan haar neus voorbij zag gaan, dreigde met hel en verdoemenis, luidkeels bijgestaan door de zussen. Dat was geen veldslag die door Gerritje te winnen was, en hij begon uit pure frustratie alle zegen uit het kleine kamertje te vloeken. Dat had hij beter niet kunnen doen. Opoe ging voor hem staan en zei, ieder woord vergezeld van een draai om beurtelings zijn linker en zijn rechter oor: "In (linkeroor) dit (rechteroor) huis (linkeroor) wordt (rechteroor) niet (linkeroor) gevloekt!" (Linker en rechteroor.) Gerritje capituleerde.

De broek die Gerritje op dat moment droeg, was de broek waar hij voor zijn vader de schillen mee ophaalde en daar kon je wel soep van koken. De enige broek die Opoe kon vinden was de broek van broer Janus, doch het hele kruis was gesneuveld bij een vechtpartij, en niet meer te repareren. Opoe was echter niet voor een gat te vangen. De pijpen werden van het geschonden kruis geknipt en aan de bovenkant werd er een zoom met elastiek ingezet. Vervolgens werden de pijpen op tafel neergelegd, de strijkbout van de kachel gehaald en met de uitgespoelde vaatdoek werd er in beide pijpen een messcherpe vouw geperst. Opoe hield met gepaste trots de pijpen in de lucht en riep verheugd, doch lichtelijk overdreven: "Is dit een broek of is dit een broek." Gerritje wier bijkans gek. Maar Opoe en de zussen schenen dit stukje huisvlijt schitterend te vinden. Mijn mening werd gelukkig niet gevraagd.


Gerritje werd door een der zussen mee naar de zolder genomen, tot op zijn onderbroek uitgekleed, de pijpen aangetrokken, in een overhemd met stropdas geholpen en daarover een lange regenjas. Toen hij zo gekleed beneden kwam, riep Opoe dat het wel leek of hij zo uit de etalage van Henri Beer van het Bagijnhof kwam. Gerritje had zo zijn twijfels. Om te kijken of de slippen van zijn jas niet omhoog woeien bij wat onverhoedse bewegingen, rende hij een paar keer om de tafel heen, maar wonder boven wonder bleef alles keurig op zijn plaats. Gerritje en ik, uitgezwaaid door Opoe en de zussen, op naar een stichtelijke middag bij de Christelijke jongemannen. Ik werd onderweg nog een paar keer met de dood bedreigd door Gerritje als ik het waagde om zijn jas op te tillen of ook maar de geringste opmerking te maken over wat er zich onder zijn regenjas bevond, en zo arriveerden we ergens op de Singel bij de kerk waar de spelletjesmiddag voor de brave jongens werd gehouden.

De kelder van de kerk was speciaal voor deze gelegenheid omgetoverd tot een speelparadijs. Gerritje dreigde in te storten toen de domineesvrouw met enige vasthoudendheid trachtte hem zijn regenjas uit te laten trekken, maar Gerritje stond pal en weigerde halsstarrig. In de spelletjeskelder was het druk met Christelijke brave jongens. Wij werden met wantrouwig bekeken, maar wij waren gesjochten uit een volkswijk, die niet snel onder de indruk raakten van jongetjes uit de betere buurten. Het was aangenaam warm en iedereen liep in z'n colbertje of overhemdje. Uiteraard Gerritje niet. Die liep te zweten als een otter in zijn exhibtionistische regenjas.

Omdat we aanvankelijk volkomen werden genegeerd door de brave jongens, hadden Gerritje en ik een sjoelbak gearresteerd. In hun ogen hadden we die echter al snel te lang in beslag, want de ze begonnen steeds meer te morren. Gerritje keek ze slechts vernietigend aan. De vlam sloeg echter in de pan toen een of andere slungel een indirecte opmerking maakte over Gerritjes jas. "Mogen wij nu eens sjoelen, inspecteur Vlijmscherp." Gerritje reageerde als door een adder gebeten en nam direct een bokshouding aan. De rest van de brave jongens vormden een kring om Gerritje en zijn tegenstander. De slungel kon niet meer terug, trok zijn colbertje uit en nam ook een bokshouding aan. Gerritje die zijn tegenstander zijn jasje had uit zien doen, deed in reflex ook de zijne uit en gooide deze achteloos op de grond. Een doodse stilte daalde neder... De brave jongens keken naar Gerritje die met de pijpen om zijn dijen geklemd in een king-size onderbroek doodstil in de bokshouding stond. Gerritje kwam met een schok weer tot leven, toen hij besefte hoe gekloft hij er opstond. Zelden iemand met zo'n rooie kop van schaamte gezien. Hij bukte zich om zijn jas op te rapen teneinde zijn schande weer te bedekken, maar toen hij eenmaal gebukt stond, ontdekten de brave jongens en ik een remspoor in zijn onderbroek die de decimeter benaderde. De hele verzamelde meute ging in een lachstuip en Gerritje vloog de straat op.

De moraal van dit verhaal? Wat je ook doet, waar je ook heengaat, trek altijd een schone onderbroek aan!!!

Kees Robbemond