Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
In originele staat - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
In originele staat


"Kijk nou toch", zeg ik verbaasd tegen mijn broer, "het is vast alleen de bovenkant maar."

'Te Koop' staat er op het bordje dat naast het zolderraam is bevestigd. We staan voor ons ouderlijk huis, waarover we zojuist in de krant lazen dat er een gedeelte van 'in de verkoop' is. Vandaag is het 'kijkdag'! We zijn reuze benieuwd naar 'ons huis', dat enige tijd geleden tot een luxe appartementen- complex werd verbouwd?

Het huis waarin wij opgroeiden was groot, oud, en tochtig. Ons gezin gebruikte niet alle kamers. Het zou voor moeder ondoenlijk zijn geweest om het helemaal schoon te houden. Zéker de zolderétage was taboe: het was er klein en donker. Moeder dumpte er af en toe wat overbodig meubilair en speelgoed. We noemden het daar het 'opkamertje' en verzonnen dat er vroeger dienstboden van de rijke families hadden geslapen. Dat leek ons nogal naargeestig voor ze, want er was maar één raam en dat zat zó hoog dat je op je tenen moest staan om naar buiten te kunnen kijken. Af en toe speelden mijn broer en ik daar, omdat we het zo lekker spannend vonden. Het was een schimmige ruimte; beklemmend door z'n schuine dakwanden. 's Morgens was het er praktisch donker, want het raam bevond zich aan de Noordwest kant. Tegen twaalven kon het gebeuren dat er wat schemerig licht binnenviel, dat op midzomernamiddagen best fel kon worden. Dan zag je een lichtbundel, waarin het stof sprookjesachtig rond dwarrelde. Dat waren onze speciale uurtjes.

Het liefst speelden we natuurlijk spookje. Dan gingen we door een lage houten deur naar het naastgelegen berghok, waar het aardedonker was. We zaten dan stilletjes te wachten op de dingen die zouden komen, en hielden nauwlettend in de gaten of het luik naar de vliering niet piepend en knarsend openging. Want dáár moest het spook vandaan komen, dat wisten we zeker. We verzonnen de wildste verhalen, waarmee we elkaar en onszelf de stuipen op het lijf joegen. Maar nooit gebeurde er iets. Omdat onze nieuwsgierigheid uiteindelijk sterker bleek dan onze angst, lieten we op een keer het deurtje naar de opkamer open, zodat er wat licht in het berghok scheen. Mijn broertje hees zich op aan de schuine dakspanten en kon zo de kleine ladder naar de vliering uittrekken. Hij duwde met zijn schouder het luik open, en we hoorden het langverwachte geknars. "Wat zie je?", vroeg ik enigszins benauwd. "Niets, helemaal niets, er is hier ook al geen raam". Mijn broertje proestte van het stof en zaagsel dat door het openen van het luik naar beneden dwarrelde. Met een bons viel hij van het laddertje, maar hij had zich gelukkig niet bezeerd. Het luik bleef sinds die tijd open, want vader en moeder kwamen hier nooit, en wij konden naar harte lust verder met onze verzinselen. Maar geen van beiden waagde ons nog op de ladder om in 'het niets' te kijken.

Bovenaan de smalle trap, waarvan de treden nog steeds uitgesleten zijn, staat een man in keurig pak ons op te wachten. Dat is vast een makelaar. "Kijk", zegt deze, met een air van trotse verkoper van een zeer luxe appartement, "van binnen helemaal gerenoveerd." Dat hadden we wel verwacht, maar wat we ons daarbij hadden voorgesteld, was iets geheel anders dan wat we nu zien krijgen. Er zijn zowaar 3 ramen bijgekomen. Van die schuine, waardoor je naar de hemel kunt kijken. Om door het oude raam te kunnen kijken, moeten we nog steeds op onze tenen gaan staan. Dan kun je een blik werpen op een klein stukje van de opgeknapte tuin, die door de makelaar wordt aangeprezen alsof de potentiële koper er ook maar iets aan zou hebben. In een van de schuine zijden van het dak is een opening gemaakt naar een soort afgerasterd plat. 'Met schuifpui, naar luxe dakterras', hadden we in de krant gelezen. De makelaar noodt ons om van het uitzicht te genieten. Vanaf het plat kunnen we nog net een ander gedeelte van de tuin zien. Ook daarvoor moeten we op onze tenen gaan staan. Het 'terras' blijkt afgezet met metselwerk, waar voor de aardigheid wat schrootjes tegenaan zijn getimmerd. Ik ben verbouwereerd. Het berghok is bij de kamer getrokken en wordt als 'open keuken' aangeprezen. Dat is aardig, want daardoor is de ruimte wat groter geworden. Ook hier bevinden zich nu enkele schuine ramen, zodat er gelukkig licht naar binnen valt. Mijn broer en ik kijken elkaar aan: we zijn ondersteboven, maar niet door de luxe van de verbouwing. Ik voel nog steeds het enge, benauwde van de ruimten. Kijk, er is zowaar een vaste trap naar de vliering aangebracht. Ik huiver: we zullen toch zeker niet naar die vliering?
"En boven hebben we de slaapkamer", galmt de makelaar enthousiast. Nou ja, die had ik van de schrik nog niet gemist. Het allerergste wordt nu bewaarheid: we moeten echt allebei naar de spookvliering. Gelukkig maar dat de makelaar mee zal lopen. De klim gaat uiteraard stukken gemakkelijker dan die mijn broer eens maakte en daar staan we? Dan merken we op dat er zowaar licht is! Er blijken ook hier twee van die schuine hemelramen te zijn. "Kijk eens", gaat de makelaar trots verder in het schuine driehoekige hok, waarin net een bed past, "hier kun je goed zien wat een monumentenpand betekent: die balken zijn nog in originele staat". Ik heb moeite om niet proesten, maar dit keer van de lach.

"Twee ton toch?!", verzucht mijn broer, als we weer veilig buiten staan. "Jaaa", peins ik, twee ton in euro's maar liefst, en dan nog niet eens in originele staat. Die vliering was toch veel leuker zonder die ramen.

Ini Oostindie

Door interview verkregen.